Kasteel Bentheim

De geschiedenis van kasteel Bentheim

Over de begintijd van kasteel Bentheim zijn geen historische documenten meer bewaard gebleven. Bentheim wordt voor het eerst vermeld in het jaar 1020, toen werd graaf Otto von Northeim als eigenaar van de burcht opgevoerd. Deze trouwde met Richenza, de dochter van de graaf van Werl. De graven van Werl behoorden tot een van de meest invloedrijke Westfaalse dynastieën.

Het was de tijd van de Investituurstrijd. Veel van de Westfaalse landheren schaarden zich aan de zijde van paus Gregorius VII en waren dus tegen de keizer Hendrik IV. Otto von Northeim was een van de belangrijkste Saksische adellijken en werd door de keizerin Agnes in 1061 met het hertogdom Beieren beleend. Maar al snel smeedde hij samen met de andere machthebbers van het rijk een bondgenootschap tegen Agnes en haar zoon Hendrik IV. Samen met de aartsbisschop Anno van Keulen en Adalbert van Bremen was hij een van de gevaarlijkste tegenstanders van keizer Hendrik IV.

De kasteelheren

rond 1020

Graaf Otto van Northeim
(vanaf 1061 Hertog von Beieren)

1116

Graaf Lothar van Süpplinburg
(Hertog von Saksen, 1125-1137 keizer)

daarna

Graaf Otto van Salm-Rhineck

1146 - 1190

Leen van het bisdom Utrecht

1190 - 1370

De Dynasten van Bentheim als zijlijn ban de graven van Holland

1370 - 1421

de heren van Güterswyk (erfopvolging)

1421 - 1753

die graven van Bentheim (erfopvolging)

1753 - 1804

Keurvorstendom Hannover (verpanding)

1804 - vandaag

De graven, sinds 1817 vorsten Zu Bentheim
und Steinfurt (erfopvolging)

En nu nader beschouwd...

De opkomst van de graven van Bentheim

Das frühromanisch Steinkreuz "Herrgott von Bentheim" zählt zu den frühesten Christusdarstellungen in Mitteleuropa.